Skip Ribbon Commands
Skip to main content

Nieuws

Amsterdam

Grootstedelijke knooppunten domineren de top 25 van beste Nederlandse kantoorlocaties


Jones Lang LaSalle presenteert tweede editie Ranking Kantoorlocaties • Transparant totaalbeeld van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de Nederlandse kantorenmarkt. • Objectieve beoordeling van 238 kantoorlocaties in 50 gemeenten op de aspecten Ligging, Kwaliteit en Markt & Beleid. • Amsterdam Zuidas opnieuw ‘Beste Kantoorlocatie’.

 

Amsterdam, 4 juni 2013 – Vandaag presenteert Jones Lang LaSalle de Ranking Kantoorlocaties 2013 op de vastgoedbeurs PROVADA in de RAI in Amsterdam. Eerder vandaag overhandigde Michael Hesp, Head of Research en verantwoordelijk voor het onderzoek waarop de Ranking Kantoorlocaties is gebaseerd, de tweede editie van deze jaarlijkse Ranking aan vertegenwoordigers van IVBN, NEPROM, CoreNet Global Benelux en Dienst Zuidas Gemeente Amsterdam.
De Ranking Kantoorlocaties is het eerste onderzoek in Nederland dat een transparant totaalbeeld geeft van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de Nederlandse kantorenmarkt. Het onderzoek is een objectieve beoordeling van 238 kantoorlocaties in 50 Nederlandse steden. Per locatie zijn 57 indicatoren onderzocht die een beeld geven van de aspecten Ligging, Kwaliteit en Markt & Beleid. De Ranking Kantoorlocaties levert de transparantie die overheden, beleggers, ontwikkelaars en gebruikers in de huidige markt zoeken. De eerste editie van de Ranking verscheen in 2012.
 


Jones Lang LaSalle overhandigt de Ranking Kantoorlocaties 2013 aan markt en overheid. Vlnr: Nicole Maarsen (NEPROM), Michael Hesp (JLL), Robert Dijckmeester (Dienst Zuidas Gemeente Amsterdam), Pim Macke (JLL), Pieter Foekens (CoreNet Global Benelux) en Johan Buijs (IVBN).
 
Netwerkstructuur verbindt toplocaties
Michael Hesp zegt over de Ranking: “Uit de Ranking Kantoorlocaties 2013 en de analyse van de aanbod/opname-ratio’s, blijkt de toegenomen interesse voor grootstedelijke knooppuntlocaties die zowel met intercitytreinen als via snelwegen bereikbaar zijn. Dit zijn locaties die bovendien een mix aan functies en voorzieningen bieden, waardoor een ‘hoogstedelijk’ profiel ontstaat. Deze multifunctionele knooppuntlocaties zijn dominant in de top 25 van de ranking. Samen vormen zij een netwerkstructuur van goed met elkaar verbonden grootstedelijke kantoorlocaties. De Zuidas in Amsterdam is een dergelijke locatie en is net als in 2012 de beste Nederlands kantoorlocatie. Dit gebied combineert een optimale bereikbaarheid, een hoog voorzieningenniveau, een uitstekende en duurzame gebouwkwaliteit en een sterk en internationaal imago.”
 
Zes locatietypes gedefinieerd
Nieuw in deze tweede editie van de Ranking Kantoorlocaties is de indeling in zes locatietypes die de analysemogelijkheden verder verbreed. Kantoorlocaties kunnen hierdoor onderling nog beter worden vergeleken. Binnen het onderzoek zijn de volgende locatietypes gedefinieerd:
• Grootstedelijk Centraal Station 
• Grootstedelijk Centrummilieu 
• Grootstedelijk Ring Multifunctioneel 
• Grootstedelijk Ring Monofunctioneel
• Suburbaan  Station/Centrummilieu  
• Suburbaan Monofunctioneel
De top 10 Ranking Kantoorlocaties 2013 is:


 
Ontwikkelstrategie kantoorlocaties
De Ranking Kantoorlocaties biedt markt en overheid houvast en perspectief bij het weer gezond maken van de Nederlandse kantorenmarkt. Door kantoorlocaties in te delen op basis van aanbod(ontwikkeling) en opname(ontwikkeling) wordt inzicht verkregen in de acties die nodig zijn om kantoorgebieden in een stad of stadsregio op de korte en lange termijn te verbeteren. Op die manier ontstaat een matrix met vier kwadranten. Ieder kwadrant heeft zijn eigen kenmerken en een eigen aanpak om de locaties binnen dit kwadrant verder te versterken of op niveau te houden. Zo ontstaan de volgende vier type kantoorgebieden:
1. Transformatiegebieden – Deze gebieden kennen hoge leegstand en weinig dynamiek. Voor deze locaties geldt dat de beperkte belangstelling voor het gebied moet worden onderzocht en aangepakt. Bijvoorbeeld door de kwaliteiten van het gebied beter te positioneren, zodat de opname stijgt en de leegstand daalt. Daarnaast biedt een actieve transformatie- en onttrekkingsstrategie voor deze locaties de mogelijkheid om het niet concurrerende aanbod uit de markt te nemen.
2. Opkomende gebieden – In deze gebieden wordt een hoge opname gecombineerd met een hoge leegstand. Als de hoge opname aanhoudt, kan de leegstand in het gebied waarschijnlijk worden teruggedrongen en kan het gebied zich ontwikkelen tot groeimotor. Door het gebied op de juiste manier te profileren en te vermarkten kan het in de juiste richting worden gestuurd en de groei vasthouden.
3. Groeimotors/Topgebieden – Dit zijn de beste gebieden met de hoogste gebruikersdynamiek en een lage leegstand. Het zijn toplocaties en de dragers van economische activiteit. Deze gebieden hebben vaak de mogelijkheid verder te groeien. Door verantwoord te blijven investeren kan de aantrekkelijkheid van het gebied op niveau blijven of zelfs verder worden vergroot.
4. Volgroeide gebieden – Dit zijn gebieden met zowel lage leegstand als lage dynamiek. Veelal zijn dit volgroeide gebieden of gebieden waar restrictief nieuwbouwbeleid van toepassing is. Hier is een gezonde marktverhouding bereikt die moet worden bewaakt. Sommige van deze gebieden hebben groeipotentieel, maar dit moet in regionaal verband worden beschouwd. Monitoren en consolideren zorgen ervoor dat tijdig wordt ingegrepen zodat deze locaties ‘up to date’ blijven.
 
– einde bericht    –
 

 

NOOT VOOR DE REDACTIE
De resultaten van het onderzoek en een interactieve, digitale kaart met de Ranking Kantoorlocaties 2013 is te vinden op www.jll.nl/rankingkantoorlocaties. De Ranking Kantoorlocaties 2013 kan in PDF worden opgevraagd bij Ingrid Wallisch, evenals de foto (in hoge resolutie) van de overhandiging van de Ranking Kantoorlocaties 2013.
 
Onderzoeksverantwoording
Voor de Ranking Kantoorlocaties 2013 heeft Jones Lang LaSalle in totaal 238 kantoorlocaties groter dan 10.000 m² vvo in de 50 belangrijkste Nederlandse kantoorgemeenten onderling vergeleken. In totaal gaat het om 11.000 gebouwen. De gebiedsafbakening van een kantoorlocatie is soms heel duidelijk, bijvoorbeeld door wegen of water. Soms is de afbakening minder eenduidig, bijvoorbeeld bij (binnenstedelijke) locaties waar een gebied geleidelijk overgaat van overwegend kantoorfunctie naar enkele kantoorgebouwen in een woonwijk.
 
Ten opzichte van de Ranking Kantoorlocaties 2012 zijn de onderzochte locaties fijnmaziger ingedeeld. Hierdoor is er een aantal nieuwe locaties bijgekomen: Amsterdam Zuidoost-Centrum (viel voorheen onder Amsterdam Zuidoost), Amsterdam IJ-oevers (viel voorheen onder Amsterdam Centrum), Amsterdam Omval (viel voorheen onder Amsterdam Oost), Eindhoven High Tech Campus (viel voorheen onder Eindhoven Gestel/High Tech Campus), Rotterdam Central District (viel voorheen onder Rotterdam Centrum) en Utrecht Stationsgebied (viel voorheen onder Utrecht Centrum). Door de nieuwe indeling kan in meer detail onderzoek gedaan worden naar het verschil in dynamiek tussen een kerngebied (vaak een stationslocatie) en de gebieden eromheen. Daarnaast is de locatie Maastricht Airport toegevoegd en is het gebied Den Haag Aangrenzend Centrum-Overig weggelaten om een duidelijkere gebiedsafbakening te realiseren.
 
Alle deellocaties zijn gescoord op 57 indicatoren. Op elk van deze indicatoren zijn de locaties onderling gerangschikt van 1 tot 238. De locatie die het best presteert op een bepaalde indicator krijgt hiervoor een 100 procent score, de locatie die het slechtst presteert krijgt een score van 0 procent. De tussenliggende scores zijn lineair verdeeld. De totaalscore van een locatie is bepaald door de scores per indicator te vermenigvuldigen met een wegingsfactor, waardoor een samengestelde index ontstaat met een schaal van 0 tot 100 procent. Het aantal indicatoren is met zeventien items uitgebreid ten opzichte van 2012. Belangrijke toegevoegde indicatoren zijn de auto- en OV-bereikbaarheid op postcodeniveau in samenwerking met www.bereikbaarheidskaart.nl. In samenwerking met het Economisch Instituut
voor de Bouw zijn de economische vooruitzichten in huurprijsontwikkeling, nieuwbouwbehoefte en leegstandsperspectief van de locaties in beeld gebracht. Het voorzieningenniveau per locatie is beoordeeld op basis van gegevens van Locatus. Daarnaast is voor deze Ranking gebruikgemaakt van verschillende bronnen, waaronder AgentschapNL (energielabels), BAG (kantorenvoorraad en bouwjaren), Bak Property Research (kantorenvoorraad), CBS (demografische ontwikkelingen), NS (aantal in- en uitstappers), Realnext (aanbod). En natuurlijk zijn de voorraad-, opname-, aanbod-, huurprijs-, belegging- en nieuwbouwdatabases van Jones Lang LaSalle gebruikt. Deze marktgegevens zijn bijgewerkt tot eind 2012.