Skip Ribbon Commands
Skip to main content

Nieuws

Amsterdam

Duurzaam winkelvastgoed staat nog in kinderschoenen


​Jones Lang LaSalle presenteert vandaag het Dutch Retail Market Bulletin 2011. Het rapport biedt de uitkomsten van kwantitatief onderzoek naar feiten, cijfers, trends en ontwikkelingen op de Nederlandse winkelvastgoedmarkt. Daarnaast gaat het in op het thema duurzaamheid en de rol die dit speelt in de huisvestingskeuze van retailers.

Hoewel de Nederlandse economie bescheiden groeicijfers laat zien en ook het consumentenvertrouwen is verbeterd, is de detailhandelsomzet nog niet hersteld. Voor 2011 en 2012 wordt slechts een marginale groei verwacht. Wel stijgen de online detailhandelsbestedingen dit jaar naar verwachting met circa 10%, tot een volume van ruim € 9 miljard.

Op de gebruikersmarkt voor winkelvastgoed zet de polarisatie, die sinds de crisis is ingezet, door. De vraag naar winkelruimte op A1-locaties is onverminderd groot in steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, terwijl het aanbod hier schaars is. De vraag neemt in kleine steden duidelijk af. Bovendien loopt het verschil tussen de vraag naar A1-locaties en locaties in aanloopstraten in alle steden verder op en is er gemiddeld genomen sprake van toename van het aanbod aan winkelruimte.

Richard Dallinga, Director Retail bij Jones Lang LaSalle Nederland: “Deze polarisatie zien we ook terug in de huurprijsontwikkeling. De huurprijzen op A1-winkellocaties in de grote steden namen het afgelopen jaar toe. Behalve in Utrecht en Maastricht, waar tophuurprijzen stabiel bleven. De hoogste huurprijs voor winkelunits wordt momenteel behaald in de Kalverstraat in Amsterdam en bedraagt € 2.800 per m² wvo per jaar. In lijn met de huurprijsontwikkeling van een groot aantal andere Europese steden, wordt voor de Nederlandse steden voor de komende twee jaar een gematigde huurgroeiontwikkeling verwacht. In Europees perspectief zijn met name de winkelsteden in Midden- en Oost-Europese landen, Scandinavië en landen als Polen en Rusland de positieve uitschieters.”

Langjarige retailtrends
Enkele trends onder retailers die Jones Lang LaSalle in het rapport constateert zijn:
• Retailers onderscheiden zich steeds sterker door eigen keuzes te maken in het combineren van verkopen via hun fysieke winkel en via internet (‘multichanneling’);
• Vooral de modegevoelige branches besteden meer aandacht aan het uitdragen van een duidelijke identiteit en sfeer, om zo een eigen positie in te nemen in de perceptie van de klant;
• De A1-winkellocaties krimpen in omvang. Retailers willen alleen een vestiging op de beste locatie en doen geen concessies meer aan winkelinrichting of consumentbeleving;
• Naar verwachting ontwikkelt de vraag naar winkelunits in grote wijkwinkelcentra zich positief. Steeds vaker worden modewinkels toegevoegd aan het bestaande winkelaanbod op deze locaties;
• Er is een toenemende interesse van met name Amerikaanse retailers. Zij vestigen zich in eerste instantie vooral in Amsterdam, alvorens ook via andere steden en met andere merken de Nederlandse markt te betreden. Voorbeelden zijn Steven Madden, Forever 21 en Abercrombie & Fitch .

Beleggingsvolume winkelvastgoed neemt af
Na de forse groei van het winkelbeleggingsvolume in 2010, dat uitkwam op een totaal van € 2,2 miljard, is het beleggingsvolume in de eerste helft van 2011 aanzienlijk afgenomen. Er is in deze periode voor circa € 570 miljoen in winkelvastgoed belegd.

Ruben Langbroek, Head of Research bij Jones Lang LaSalle Nederland, licht toe: “Het terugzakken van het beleggingsvolume in winkelvastgoed is vooral een gevolg van de relatief grote activiteit vorig jaar door de verkopen van belegger Unibail-Rodamco. We zien nog altijd een grote interesse van zowel institutionele als particuliere partijen in Nederlands winkelvastgoed, met name omdat de andere commerciële vastgoedsectoren momenteel minder aantrekkelijke marktomstandigheden kennen. Toch zien we de verkoopprijzen voor winkelunits op A1-locaties momenteel stabiliseren. Er is sprake van een discrepantie tussen vraag en aanbod van kwalitatief goed winkelvastgoed dat is gevestigd op goede locaties, een goede uitstraling heeft en een groot verzorgingsgebied. Ook is de vraag vanuit beleggers naar supermarkten aanhoudend hoog.”

Duurzaam winkelvastgoed staat nog in de kinderschoenen
In het rapport worden de resultaten gepubliceerd van een gezamenlijk onderzoek van ING Real Estate Investment Management en Jones Lang LaSalle, dat gehouden is onder bijna 800 retailers. Hieruit blijkt dat duurzaamheid een belangrijk aspect is bij hun huisvestingskeuze. Maar aspecten als passantenstroom en bereikbaarheid spelen een beduidend belangrijkere rol.

Dallinga zegt hierover: “Consumenten richten zich eerder op duurzaamheidaspecten van producten van retailers, dan op de huisvesting van retailers. Hierdoor is de vraag naar duurzaam vastgoed vanuit de retailers beperkt, zeker in vergelijking tot andere vastgoedsectoren zoals bij kantoorgebruikers. Omdat winkels veelal casco worden verhuurd, zijn ook de duurzaamheidsmaatregelen die eigenaren zelf kunnen nemen gelimiteerd. Bovendien hebben eigenaren nauwelijks inzicht in het energieverbruik van retailers. Uit ons onderzoek blijkt ook dat slechts de helft van de retailers bereid is deze informatie te delen. Hier valt dus nog een flinke slag te maken wat betreft samenwerking tussen retailers, beheerders en eigenaren.”

Samenwerking essentieel voor succesvolle verduurzaming
Het bulletin beschrijft verder vier componenten die een essentiële rol spelen bij succesvolle verduurzaming van winkelvastgoed:
• De retailer: deze moet bereid zijn om duurzaam gehuisvest te zijn en moet de eventuele hogere huisvestingslasten kunnen compenseren door bijvoorbeeld een hogere omzet of substantieel lagere energiekosten;
• Het gebouw: de mogelijkheden die het gebouw, de winkelruimte en de installaties bieden voor implementatie van duurzame voorzieningen, alsmede de kosten en besparingen die dit met zich meebrengt, zijn bepalend voor het succes van duurzaam winkelvastgoed;
• De locatie: een duurzame winkel moet passen in de omgeving en minimaal een stimulerende werking hebben op het omliggende winkelgebied. Andersom moet de locatie voldoende aanleiding geven om verlenging van de levensduur door duurzaamheidsmaatregelen als zinvol te betitelen;
• De eigenaar: deze moet bereid zijn om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Samen met de retailer is hij de mogelijke initiator van de verduurzaming. In combinatie met de andere drie componenten, bepaalt de eigenaar uiteindelijk het succes van verduurzaming van winkelvastgoed.

Langbroek besluit: “De ontwikkeling van duurzaam winkelvastgoed staat in Nederland duidelijk nog in de kinderschoenen. Bewustwording dat duurzaamheid van producten bepaald wordt door de hele keten, van inkoop en productie tot aan verkoop en gebruik, is van groot belang. Vanuit die visie en vanwege het feit dat vastgoed verantwoordelijk is voor zo’n 50% van de totale CO2-uitstoot, is het niet meer dan logisch ook winkelvastgoed te verduurzamen. Om dit te realiseren is samenwerking tussen betrokken partijen echter essentieel. Alleen op die manier is volgens ons het verduurzamingspotentieel van winkelvastgoed optimaal te benutten en levert het voor alle partijen voordelen op. Zowel wat betreft de operationele kosten, het imago van retailers, de aantrekkelijkheid van winkelpanden- en gebieden, als de waarde van het winkelvastgoed.”