Skip Ribbon Commands
Skip to main content

Nieuws

Amsterdam

Door 3D-printen verandert de vraag naar industrieel en logistiek vastgoed

Jones Lang LaSalle: veranderingen in de maakindustrie bieden nieuwe kansen voor vastgoedontwikkelaars en beleggers


 

Amsterdam, 29 juli 2013 - Veranderingen in de maakindustrie, zoals de opkomst van 3D-printen, leiden tot grotere complexiteit en meer uitdagingen in de industriële en logistieke sector. Hierdoor ontstaan nieuwe kansen en mogelijkheden voor vastgoedontwikkelaars en vastgoedbeleggers. Dit is een belangrijke conclusie van het onderzoeksrapport ‘The Evolution of Manufacturing, Adding complexity, creating oportunity’ van Jones Lang LaSalle.

Het rapport benadrukt dat met name de opkomst van 3D-printen de maakindustrie zal veranderen en daarmee ook het soort fabrieken en de inrichting van productieketens. 3D-printen staat nu nog in de kinderschoenen, maar zal op de langere termijn wel eens een ‘nieuwe industriële revolutie’ kunnen veroorzaken. Het ‘on demand printen’ van voorwerpen kan een radicale omslag betekenen voor hoe en waar de productie plaatsvindt en het type faciliteiten dat bedrijven daarvoor nodig heeft. Bij 3D-printen ligt het accent op maatwerk in plaats van op massaproductie. Verder zal 3D-printen lokale productie stimuleren, in plaats van productie in lage loonlanden.
 
Jon Sleeman, Director of EMEA Logistics & Industrial Research van Jones Lang LaSalle: “3D-printen verandert de aard van fabrieken en productieketens in bepaalde sectoren. In plaats van grote, gespecialiseerde en op hoge volumes ingerichte fabrieken zal de vraag naar meer gestandaardiseerde kleine en middelgrote panden toenemen. Bedrijven zullen naar verwachting ook eerder huren dan kopen. Deze veranderingen in de vraag bieden mogelijkheden voor vastgoedontwikkelaars en vastgoedbeleggers.”
 
Nieuwe dynamiek rond keuze productielocatie
De dynamiek die de keuze voor productielocaties bepaalt, verandert op dit moment. Overwegingen rondom ‘off-shoring’, ‘re-shoring’ en ‘near shoring’ spelen daarbij een belangrijke rol. Het rapport laat zien dat de maakindustrie vaak wordt gekenmerkt door een lokale of regionale focus. Met als gevolg dat de sector minder beweeglijk is. Ook zijn er vaak gegronde redenen om in landen met hogere arbeidslonen te blijven. Hoewel off-shoring nog steeds een trend is, zijn er sinds twee à drie jaar aanwijzingen dat het tempo waarin de productie wordt uitbesteed naar het buitenland afneemt. Er zijn inmiddels al bedrijven die hun productie weer terughalen uit het buitenland, met name in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. Een concreet Nederlands voorbeeld is Philips die de productie van scheerapparaten heeft teruggehaald naar Nederland vanuit China. Reden hiervoor zijn de ‘verborgen kosten’ die het verplaatsen van de productie naar het buitenland met zich meebrengen, inclusief de extra tijd die het kost om aan de wensen van de klant te voldoen en de mogelijke risico’s in de productieketen.
 
Jon Sleeman: “De evolutie in de maakindustrie stimuleert de vraag naar vastgoed in de hele waardeketen. Dit geldt ook voor R&D-locaties die vaak zijn ondergebracht bij de productie, en logistieke faciliteiten die de productie ondersteunen. Volgens Jones Lang LaSalle bedroeg de opname van logistiek vastgoed door productiebedrijven de afgelopen vijf jaar (2008-2012) zestien procent van de totale opname van logistiek vastgoed in elf grote Europese landen. Daaruit blijkt hoe belangrijk productiebedrijven zijn als afnemers van logistiek vastgoed.”
 
Paul Betts EMEA Logistics & Industrial zegt hierover: “De ontwikkelingen in de maakindustrie stimuleren de vraag naar vastgoed in elk onderdeel van de waardeketen. Dit zal leiden tot een sterke groei van bestaande productieclusters en het ontstaan van nieuwe productielocaties. Vastgoedontwikkelaars en -beleggers, die zich op het gebied van industrieel vastgoed vooral richten op logistiek vastgoed, zouden zich meer moeten richten op de kansen die de maakindustrie biedt, met name op locaties met een sterke clustering.”
 
De ontwikkeling van de maakindustrie verandert het Europese productielandschap. Uit het rapport blijkt het volgende:
• Vier van de grootste productie-economieën ter wereld bevinden zich in Europa, namelijk Duitsland, Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
• Europa trekt een aanzienlijk bedrag aan, als het gaat om directe buitenlandse investeringen (DBI) op het gebied van productie; over de afgelopen tien jaar een kwart van het wereldwijde totaal.
• In de 27 EU-landen wordt voor de productiesector een groei van de bruto toegevoegde waarde voorspeld van 15 procent.
• Europa kent een grote diversiteit aan zeer concurrerende productiesectoren, die geografisch vaak geclusterd zijn. Hierdoor ontstaat een grote vraag naar vastgoed.
• Midden- en Oost-Europese economieën blijven aantrekkelijke productielocaties voor de Europese markten, vanwege de combinatie van relatief lage kosten, vakkundig personeel en toegang tot lokale markten.
• Rusland, de afgelopen tien jaar de grootste ontvanger van directe buitenlandse investeringen op het gebied van productie, kan meer maakindustrie aantrekken om de eigen consumentenmarkten te bedienen. Dit geldt ook voor de landen van de voormalige Sovjet-Unie en in Midden-Europa.
• Turkije is aantrekkelijk voor productiebedrijven vanwege de lage kosten, een groeiende binnenlandse afzetmarkt en de nabijheid van kapitaalkrachtigere Europese markten.